ESQ Advocaten
Smart Lawyers

Onderzoek naar (erfelijke) aandoeningen en het afsluiten van verzekeringen, deel 2

16 september, 2015
Geschreven door: Melanie Hermes

Eerder informeerde ik u hoe ver een verzekeraar mag gaan in haar onderzoek naar (erfelijke) aandoeningen, wanneer u een verzekering wenst af te sluiten. In dit artikel werd onder meer de vragenlijst genoemd. De verzekeraar maakt namelijk doorgaans gebruik van een vragenlijst die ziet op uw gezondheid. Aan de hand van deze vragenlijst bepaalt de verzekeraar vervolgens of zij u een verzekering kan aanbieden of dat nader medisch onderzoek noodzakelijk is. De vragenlijst roept echter vaak vragen op, want hebt u een spontane mededelingsplicht, of ligt het op de weg van de verzekeraar om haar vragenlijst voldoende specifiek in te richten?

Vragenlijst of gezondheidsverklaring
De verzekeraar besteedt in de regel veel aandacht aan de samenstelling van de vragenlijst. De ene vraag is meer algemeen, ‘hebt u ooit een aandoening aan uw longen gehad?’, terwijl de andere vraag heel specifiek is, ‘bent u in de afgelopen vijf jaren onder behandeling geweest van uw huisarts?’. Deze vragen zullen doorgaans in een schriftelijke vragenlijst zijn verwoord, maar er zijn ook verzekeraars die telefonisch contact opnemen met degene die een verzekering heeft aangevraagd en op deze manier naar de gezondheid van de verzekerde vragen. De antwoorden worden in dat geval door de betreffende medewerker in een gezondheidsverklaring opgenomen, welke gezondheidsverklaring voor akkoord en ter ondertekening aan de klant wordt gezonden.

Mededelingsplicht
De verzekerde krijgt dus altijd de gelegenheid om de vragen en antwoorden nog eens goed door te lezen. Ook wanneer de verzekeraar gebruik maakt van een vragenlijst, geldt de mededelingsplicht van artikel 7:928 lid 1 BW: De verzekeringnemer is verplicht vóór het sluiten van de overeenkomst aan de verzekeraar alle feiten mede te delen die hij kent of behoort te kennen, en waarvan, naar hij weet of behoort te begrijpen, de beslissing van de verzekeraar of, en zo ja, op welke voorwaarden, hij de verzekering zal willen sluiten, afhangt of kan afhangen. De verzekerde moet dus de vragen van de verzekeraar zo beantwoorden dat de verzekeraar een goed en volledig beeld krijgt van diens gezondheidssituatie. Doet de verzekerde dit niet, dan mag de verzekeraar zich achteraf op het standpunt stellen dat zij geen verzekering zou zijn aangegaan, indien zij van de ware stand van zaken op de hoogte was geweest. In dat geval mag zij bij schade uitkering onder de verzekering weigeren. De verzekerde mag dan wel een leek zijn, hij kent zijn lichaam het beste.

Verzekeraar moet doorvragen
Heeft de verzekerde vage klachten genoemd, dan is het aan de meer deskundige verzekeraar om door te vragen naar de exacte gezondheidssituatie van verzekerde. Zij mag achteraf niet aan verzekerde tegenwerpen dat deze niet volledig is geweest in zijn antwoord, want de verzekeraar moet voorkomen dat zij een verzekering afsluit terwijl zij onbekend is met voor haar relevante feiten en omstandigheden. Zijn de vragen van de verzekeraar vaag of voor meerdere wijzen van uitleg geformuleerd, dan mag de verzekerde deze beantwoorden naar de zin die hij daaraan onder de gegeven omstandigheden redelijkerwijs mag toekennen. De verzekerde mag niet worden verweten niet volledig te zijn geweest in zijn antwoord.