| In deze rubriek vermelden we zaken uit de Nederlandse rechtspraak die voor u van belang kunnen zijn.
|
Jurisprudentie - November 2011
Wednesday, 30 November 2011 00:00 |
|
| De Casus
Op een zaterdag in oktober 2008 vindt even na het middaguur een stroomstoring plaats waardoor een bistro zonder stroom komt te zitten. Voor de herstelwerkzaamheden moet de stroomleverantie naar de bistro tijdelijk worden onderbroken. De eigenaar maakt bezwaar, omdat hij die avond volledig volgeboekt is en daardoor veel schade zal lijden. Daarom wordt door een medewerker van de netbeheerder als noodmaatregel een stroomaggregaat aangesloten op de meterkast van de bistro. Bij het aansluiten van het aggregaat is tijdelijk een te hoge spanning – 380 Volt in plaats van 230 Volt – op de installatie van de bistro komen te staan. De schade aan de installatie en omzetderving is begroot op ruim 20.000 euro. De verzekeraar van de bistro heeft daarvan 2.300 euro vergoed. De bistro stelt de netbeheerder aansprakelijk voor het resterende bedrag omdat de overspanning het direct gevolg is van handelingen van een werknemer van de netbeheerder. De netbeheerder heeft een bedrag overgemaakt van 1400 euro, conform het bepaalde in de leveringsvoorwaarden. Daar staat (kortweg) ook in, dat schade alleen wordt vergoed als er sprake is van opzet of bewuste roekeloosheid van de netbeheerder of diens leidinggevende werknemers, waarbij vergoeding van indirecte schade, zoals bedrijfsstilstand, is uitgesloten. De bistro stapt naar de rechter. omdat de netbeheerder het aggregaat op onjuiste wijze heeft aangesloten en daarmee toerekenbaar is tekortgeschoten.
De uitspraak
De rechter stelt vast, dat het gaat om het gratis plaatsen van een aggregaat op grond van een transportovereenkomst waarbij de netbeheerder verplicht is om te zorgen voor elektriciteit. De netbeheerder erkent dat tijdelijk een te hoge spanning op de installatie van de bistro is komen te staan, maar ziet dat niet als een tekortkoming. Maar de rechter overweegt, dat uit het feit, dat door het aansluiten van het aggregaat overspanning is ontstaan, volgt dat er sprake is van een toerekenbare tekortkoming in de nakoming van de transportovereenkomst. De netbeheerder verbindt zich immers jegens de afnemers tot het ter beschikking stellen van stroom met een bepaalde spanning en dat mag ook worden verwacht. Als er sprake is van overspanning die direct het gevolg is van een handeling van een werknemer, is reeds daarom niet voldaan deze verwachting en is er sprake van een tekortkoming. Ook als er geen sprake is van opzet of bewuste roekeloosheid van de werknemer dan kan deze tekortkoming nog steeds op grond van de verkeersopvattingen aan de werkgever worden toegerekend. Op grond van de feiten en omstandigheden komt de rechtbank tot de conclusie dat tussen de bistro en de netbeheerder bij het aansluiten van het aggregaat een transportovereenkomst tot stand is gekomen en dat daarmee de algemene voorwaarden van toepassing zijn. Maar de netbeheerder kan zich daar niet op beroepen omdat die niet aan de bistro zijn overhandigd. Daarom faalt een beroep van de netbeheerder op de uitsluitende voorwaarden. Omdat de bistro geen overspanningsbeveiliging had, blijft de schade voor een deel voor diens rekening.
Opvallend in deze zaak is dat de rechter van oordeel is dat door het aansluiten van een aggregaat een geheel nieuwe overeenkomst tussen partijen is ontstaan. Omdat bij het sluiten van die nieuwe overeenkomst door de netbeheerder niet opnieuw de algemene voorwaarden zijn uitgereikt, kan er geen beroep gedaan worden op uitsluiting van de aansprakelijkheid. De les is dan ook, wederom dat de gebruiker van algemene voorwaarden deze ter hand dient te stellen aan de wederpartij.
|
|
Jurisprudentie - September 2011
Tuesday, 04 October 2011 00:00 |
|
| De Casus De eigenaar van een tweetal kledingzaken wil komen tot een reorganisatie. In dat kader doet hij voorstellen aan één van de medewerkers om haar een nul-urencontract te geven met de intentie haar 60 uur per maand te laten werken. Tot dat moment werkt zij 100 uur per maand. De werknemer stelt daarop voor de arbeidsduur te verminderen naar 60 uur met vaste werkdagen. Naar haar zeggen viel zeker over de werkdagen met haar nog te onderhandelen. De werkgever zie er dan geen heil meer in. Hij leidt uit haar voorstel af dat ze niet flexibel is en dat er verder niet meer over gepraat hoefde te worden, omdat hij geen 60 uur kon garanderen en behoefte had aan een flexibele werknemer. Vervolgens vraagt hij een ontslagvergunning aan en laat de werknemer weten dat de arbeidsovereenkomst wordt opgezegd.
|
|
Jurisprudentie - Augustus 2011
Tuesday, 13 September 2011 00:00 |
|
| De Casus De Persgroep Distributie BV heeft een bezorgingsovereenkomst met een distributeur, die het werk weer laat uitvoeren door krantenbezorgers. Tijdens het bezorgen van de krant vindt een verkeersongeval plaats, waarbij een krantenbezorger schade oploopt. De 16-jarige jongen reed op 14 januari 2006 vanuit een uitrit van een woning tussen twee geparkeerde auto’s de rijbaan op. Hij verleende daarbij geen voorrang aan de bestuurder van eenauto. De bezorger heeft als gevolg van het ongeval zijn linker enkel gebroken en twee voortanden zijn (deels) afgebroken. Na het ongeval is hij geopereerd aan zijn enkel. Nadien is hij enige tijd behandeld door een fysiotherapeut. Volgens de krantenbezorger heeft De Persgroep niet voldaan aan haar zorgplicht. Hij stelt de groep aansprakelijk op grond van art 7:658 lid 4 BW (de zorgplicht van een werkgever voor derden). De kantonrechter wijst de vordering af. Hij acht het wetsartikel in dit geval niet van toepassing, omdat het werk van de bezorger niet vergelijkbaar zou zijn met een arbeidssituatie. De krantenbezorger gaat in beroep
|
|
Jurisprudentie - Juli 2011
Friday, 22 July 2011 00:00 |
|
| De Casus Een werknemer werkt al ruim 36 jaar bij een schoonmaakbedrijf. Een leidinggevende is in toenemende mate ontevreden over het functioneren van de man en spreekt hem daarover regelmatig aan. Als hij daar opnieuw op wordt geattendeerd is voor de werknemer de maat kennelijk vol en hij vliegt zijn meerdere aan, met als gevolg ontslag op staande voet. De kantonrechter is het daar in december 2008 echter niet mee eens en de werkgever tekent hoger beroep aan. Het geschil betreft de vraag of de werknemer recht heeft op doorbetaling van zijn loon met nevenvorderingen, en op tewerkstelling op straffe van verbeurte van een dwangsom.
|
|
Jurisprudentie - Juni 2011
Wednesday, 15 June 2011 00:00 |
|
| De Casus Een man werkt sinds mei 2006 als monteur bij de technische dienst van een gieterij. In november 2010 wordt een storing gemeld. De monteur wordt door de voorman van de fabriek aangesproken op deze storing. Tijdens dat gesprek deelt de monteur een kopstoot uit aan de voorman. Die stapt vervolgens samen met zijn manager naar het hoofd personeelszaken. Tijdens het daaropvolgend gesprek gedraagt de monteur zich zowel verbaal als non-verbaal vrij agressief en hij wordt op non-actief gesteld. De werkgever vraagt de kantonrechter vervolgens ontbinding van de arbeidsovereenkomst. Reden hiervoor is niet alleen dit incident, maar de monteur heeft zich in het verleden ook al eens agressief opgesteld jegens een afdelingsbaas. De werkgever heeft geen enkel vertrouwen meer in een vruchtbare voorzetting van de arbeidsovereenkomst. De monteur stelt dat de houding van werkgever, na zijn bedrijfsongeval in mei 2009, de aanleiding is van zijn spanningen en boosheid. Na het ongeval is hij steeds alerter geworden op de veiligheid en dat wordt volgens de monteur niet altijd gewaardeerd. De monteur heeft de voorman trouwens geen kopstoot gegeven, maar botste per ongeluk met zijn veiligheidsbril tegen diens veiligheidsbril. De ophef die daarna bij hoofd personeelszaken zou zijn ontstaan, is gekomen nadat hem was verteld dit incident een reden zou zijn voor ontslag. De monteur vindt, dat de hoofdproblemen in de risicosfeer van werkgever liggen. Ook hij wil ontbinding van de arbeidsovereenkomst, maar dan wel met een ontslagvergoeding van ruim 16.800 euro.
|
|
|
|
|
|
|
| Page 1 of 2 |